Het belang van de aanstaande Provinciale Statenverkiezingen voor de regeringscoalitie is nagenoeg bekend bij de meeste Nederlanders. En aan aandacht voor deze verkiezingen is geen gebrek. Maar toch loopt de doorsnee kiesgerechtigde burger niet warm voor deze verkiezingen die in de regel een lage opkomst kent. Is dat wel zo vreemd ? Want weten we eigenlijk wat het belang is van de Provinciale Staten?
Gezien de minderheidscoalitie en de gedoogvariant met de PVV is er voor dit kabinet alles aan gelegen om een meerderheid te behalen in de Eerste Kamer. Hill & Knowlton Public Affairs schreef daarover. Toch lijken de kiezers niet warm te lopen voor de gang naar de stembus op 2 maart. Misschien zijn de kiezers inmiddels verkiezingsmoe geworden; het zijn immers de derde verkiezingen op rij in één jaar. Feit is dat de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen nog lager is dan bij de Gemeenteraadsverkiezingen. Afgelopen jaren lag het opkomstpercentage van de Provinciale Statenverkiezingen tussen de 45 en 50 procent tegenover 54% bij de laatste Gemeenteraadsverkiezingen. Terwijl je toch zou verwachten dat regionale issues de burger meer zal interesseren dan landelijke issues.
Welke beslissingen neemt de provincie?
De burger heeft meestal (letterlijk) wel een beeld van de bestuurders op landelijk en gemeentelijk niveau. De meeste ministers zijn bekend bij de burger en ook kent de burger diens burgemeester en is er wel eens contact geweest met een gemeenteambtenaar wanneer bijvoorbeeld een paspoort aangevraagd moet worden. Maar wie zijn de bestuurders in uw provincie en wat doen ze eigenlijk ?
De Provinciale Staten nemen beslissingen die van invloed zijn op onze directe leefomgeving zoals belangrijke infrastructurele projecten, energievoorziening en de indeling van het landschap. Een van de belangrijkste bevoegdheden van de staten is die tot instelling, opheffing en reglementering van waterschappen (artikel 133 Gw juncto artikel 2 Waterschapswet). Deze regering is groot voorstander dat provincies hun eigen plannen met betrekking tot ruimtelijke ordening ontwikkelen. Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu wil de ruimtelijke ordening liever zo veel mogelijk overlaten aan provincies en gemeenten. ,,Ik geef provincies vrijheid om te bouwen wat ze willen. Ze zitten niet meer vast aan een of andere contour die het Rijk heeft vastgelegd“, zegt de minister. ,,Ik vertrouw erop dat provincies dat goed kunnen. Zij kennen de regionale en lokale omstandigheden.” Het Rijk zal zich dan alleen nog focussen op projecten die van grote economische betekenis zijn voor het land, zoals in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Ook de inrichting en het beheer van de twintig nationale landschappen wil de minister voortaan overlaten aan de provincies. Vorige kabinetten wezen twintig nationale landschappen aan, gebieden met een landschappelijke en cultuurhistorische waarde zoals de Hoekse Waard, de Stelling van Amsterdam en het Groene Hart. Het zijn gebieden waar bebouwing beperkt is toegestaan.
Als het aan de minister ligt wil zij de als tijdelijk bedoelde Crisis- en Herstelwet van het vorige kabinet permanent maken.
Maar dan is er overigens wel werk aan de winkel voor de provincies en gemeenten. Want voorheen werd altijd de vraag gesteld of provincies en gemeenten wel over voldoende kennis beschikken om de ruimtelijke ordening ter hand te nemen en samen te werken met projectontwikkelaars. Het is aan de Provinciale Staten om die perceptie bij de burgers weg te nemen.
Related posts:
February 22nd, 2011
Insights

